Naar inhoud

'Kan jij even vertalen?' Waarom je een kind beter niet laat tolken

Een ouder komt samen met een kind naar een afspraak. De ouder spreekt nog niet genoeg Nederlands om het gesprek te voeren. Het kind wel. Er is geen tolk geboekt, en er staan nog 20 afspraken in de agenda. 'Kan jij even uitleggen wat ik zeg?' Als hulpverlener voelt dit vaak als de snelste manier om verder te gaan.
Toch is die oplossing minder onschuldig dan ze lijkt. Een taal spreken is niet hetzelfde als tolken. Een kind moet niet alleen woorden vertalen, maar krijgt ook de verantwoordelijkheid om informatie te begrijpen en correct over te brengen. Soms gaat het daarbij over gevoelige onderwerpen, beslissingen of boodschappen die grote gevolgen kunnen hebben.
Wat betekent het voor een kind om de communicatie tussen een ouder en een professional te dragen? Welke invloed heeft dat op de ouder, de boodschap en de hulpverlening? En welke alternatieven heeft een professional wanneer er een taalbarrière is? Een onderzoeker, hulpverleners en ervaringsdeskundigen die als kind zelf voor hun ouders tolkten, delen hun inzichten

De realiteit van dienstverlening in een diverse samenleving

Kinderen tolken vandaag nog altijd voor ouders of andere familieleden: bij de dokter, op school, tijdens administratieve afspraken en in gesprekken met hulpverleners. Vaak gebeurt dat uit praktische noodzaak. Het is snel, gratis en er hoeft geen tolk of nieuwe afspraak geregeld te worden.

Layla Hammoudi, Teamverantwoordelijke Sociaal Tolken en Vertalen Atlas: 'In onze vormingen rond sociaal tolken komt dit issue vaak naar boven. Mensen proberen met beperkte tijd en middelen alles om met elkaar te communiceren. Maar ze zijn zich niet bewust van de impact op kinderen die worden ingezet als tolk.'

Het verbaast niet dat het in de praktijk moeilijk blijkt om dit te vermijden. De aanvraag naar tolken blijft stijgen, en er zijn ook heel wat talen waarvoor er te weinig tolken zijn.

Layla Hammoudi: 'Ons aanbod van tolken ter plaatse en videotolken werkt niet voor ad hoc-zaken, noodgevallen of snelle, niet geplande communicatie. En dat zijn nu net die situaties waarin kinderen vaak worden gevraagd om te tolken, want ze zijn daar nu toch al. Maar het is voor dat kind misschien wel de 20ste keer die week dat het snel tussendoor iets moet tolken.'

Ook vertaaltechnologie biedt niet altijd een oplossing: niet iedereen beschikt over de nodige digitale vaardigheden en technologie schiet vooral bij complexe gesprekken tekort. Daardoor wordt nog vaak op niet-professionele tolken geleund. Ook bij volwassen niet-professionele tolken zijn er heel wat valkuilen. Maar bij kinderen gaan die nog een stuk verder.

Layla, leidinggevende van het Sociaal Tolk en Vertaal team van Atlas

Layla Hammoudi: 'Er is meer bewustzijn nodig over de impact op kinderen die worden ingezet als tolk.' © Atlas

Een kind spreekt de taal, maar is geen tolk

Een professionele tolk beschikt niet alleen over up-to-date talenkennis, maar is ook opgeleid in vakjargon, gesprekssituaties en beroepsethiek. Wat gaat er verloren wanneer een niet-professionele tolk die rol opneemt?

Prof. Dr. July De Wilde, docent en onderzoeker tolken / Spaans aan de UGent: 
'Het gebrek aan terminologische kennis is een duidelijk punt. Maar terminologie is eigenlijk nog het minst grote issue, omdat je je daarop kan voorbereiden. De sociale setting waarin het gesprek plaatsvindt, bepaalt ook veel, en dat soort bewustzijn hebben niet-professionele tolken niet altijd. Een gesprek met de politie of met een arts is niet hetzelfde als een grapje uit een Vlaamse serie tolken terwijl je met je gezin tv kijkt. In de tolkopleiding worden de studenten bewust gemaakt van het verschil tussen die high stakes en low stakes contexten, en zij oefenen daar voortdurend in tijdens hun werk.'

'Een niet-professionele tolk gaat bepaalde zaken uit het gesprek wegfilteren. Zij denken dat ze alleen de feitelijke, belangrijkste dingen tolken, in beide richtingen. Maar wat belangrijk is, is subjectief en het kan een groot verschil maken in de uitkomst van het gesprek. Vaak worden ook empathische elementen overgeslagen, zoals ‘Ik begrijp het’ in de zin: ‘Ik begrijp het, maar het is belangrijk dat ik je wijs op je verplichtingen.’ Die ‘ik begrijp het’ creëert een kader voor de klant en heeft impact op de relatie met de hulpverlener. Dat kan concrete gevolgen hebben, bijvoorbeeld voor de plaats van een klant op een prioriteitenlijst voor een huurwoning.'

De impact zit dus niet in één woord of zin op zich, maar in de opeenstapeling van nuances die mee vormgeven aan het gesprek. Als die nuances niet worden getolkt, ontstaat een ander beeld van de interactie, met mogelijke gevolgen voor latere beslissingen.

Een derde punt dat De Wilde aanhaalt, is rolvervaging. Niet-professionele tolken beperken zich niet altijd tot vertalen. Ze stellen zelf vragen, filteren aarzelingen weg of treden op als bondgenoot of spreekbuis van de klant. Dat kan soms paradoxaal genoeg nuttig zijn: een familielid kan context geven of iemand helpen die niet voor zichzelf durft op te komen. Bij kinderen blijft die rol problematisch. Zij krijgen verantwoordelijkheden waarvoor ze niet klaar zijn, met mogelijke gevolgen die veel verder reiken dan het gesprek zelf.

Professor Dokter July De Wilde, onderzoeker en docent tolken / Spaans UGent

Prof. July De Wilde: 'Professionele tolken worden getraind op een contextueel en sociaal bewustzijn dat niet-professionele tolken missen.' © Atlas

Wat gebeurt er met het kind?

Sommige kinderen zijn trots dat ze hun ouders kunnen helpen en ontwikkelen daardoor bijzondere vaardigheden. Maar die positieve ervaringen nemen de stress en mogelijk verregaande gevolgen niet weg.

July De Wilde: 'Het belangrijkste gevaar is dat kinderen worden blootgesteld aan inhoud waar ze qua ontwikkeling niet op voorbereid zijn. Er zijn de extreme gevallen zoals een kankerdiagnose meedelen, waar de meeste hulpverleners nu wel van weten dat dat geen goed idee is. Maar het kan ogenschijnlijk veel onschuldiger zijn en toch grote gevolgen hebben. Denk aan woorden die taboe zijn of die je liever niet bespreekt met je ouders of iemand van een andere generatie. Het moeten vertalen van ‘borsten’ bijvoorbeeld. We gebruiken vaak voorbeelden uit de medische context, omdat we daar het meeste over weten.'

Maar ook in andere contexten, waar de gesprekken niet per se ‘gênant’ zijn maar vooral complex of administratief, kan er stress en onzekerheid ontstaan.

Layla Hammoudi: 'Ik tolkte ook voor mijn ouders. Ik had vaak het gevoel dat ik in een gesprek gedropt werd zonder context. Er waren termen die ik niet kende, procedures die ik niet kende. Als kind weet je niet hoe bepaalde zaken werken, bij pakweg een verzekeringskantoor. Je hebt de angst dat het niet juist is wat je zegt.'

July De Wilde: 'Onderzoek maakt een onderscheid tussen twee soorten belasting: de druk om ouders te helpen omdat ze anders niet verder kunnen, en de mate waarin die verantwoordelijkheid het eigen leven van een kind binnendringt. Een les skippen, studietijd missen omdat je om 16:00 op het OCMW wordt verwacht. Je eigen vrije tijd die naar de achtergrond verdwijnt.'

Ook volwassenen die voor familie tolken kunnen die druk ervaren. Een kind kan echter moeilijker weigeren en de gevolgen van zo’n weigering zwaarder inschatten. De afhankelijkheid van volwassenen en het verantwoordelijkheidsgevoel tegenover de ouders maken de positie van een kind extra kwetsbaar.

Professor De Wilde gaat verder: 'Er zijn bepaalde leeftijdsgroepen die grotere schade kunnen ondervinden dan andere, en dat heeft te maken met ontwikkelingsmaturiteit. Uit een studie kwam naar voren dat 9 tot 14 jaar een cruciale leeftijd is met potentieel veel schadelijke gevolgen. De parameters die ze hebben gemeten zijn angst en depressie. En bij de groep die was ingezet als kindtolk tijdens die leeftijdsjaren bleek de impact erg groot.' (*).

July De Wilde: 'Het belangrijkste gevaar is dat kinderen worden blootgesteld aan inhoud en verwachtingen waar ze qua ontwikkeling niet op voorbereid zijn. Het kan ogenschijnlijk onschuldig zijn en toch grote gevolgen hebben.

Langetermijneffecten: angst, depressie en parentificatie

Kinderen kunnen informatie en mogelijke gevolgen nog niet op dezelfde manier relativeren als volwassenen. Wat gebeurt er wanneer zij regelmatig informatie moeten verwerken die voor volwassenen bedoeld is en tegelijk verantwoordelijk worden gemaakt voor de communicatie?

July de Wilde: 'Bij kindtolken zien we vaak parentificatie optreden: verantwoordelijkheden, taken en verplichtingen van de ouder komen bij het kind terecht. Maar bij sommige kinderen kan er ook een positief effect zijn: "Kijk eens wat ik kan." In onderzoek binnen de Latino-gemeenschap in de VS zien we bijvoorbeeld meer familiecohesie. De manier waarop wij negatieve gevolgen formuleren is vanuit een Westerse bril geformuleerd. Dat een kind minder kan, beschermd moet worden en geen verantwoordelijkheden kan opnemen. In bepaalde samenlevingen is die verantwoordelijkheid opnemen net een bron van trots en erkenning.'

Er is zelfs sprake van een growth model: dat je naast stress ook een enorm groeipotentieel kan ontwikkelen. Zoals kinderen die moesten tolken in medische context, en daardoor een interesse in een medische opleiding kregen. 'Maar', zo zegt De Wilde, 'dat hangt enorm af van subjectieve factoren, die je als hulpverlener onmogelijk in kaart kan brengen. Het gaat niet enkel om hoe vaak een kind moest tolken, of in welk domein of de graad van de ernst waarvoor die moest tolken. Het heeft ook te maken met: hoe is dat kind? Hoe wordt het opgevangen? Hoe kan het ermee omgaan?'

En zelfs daar zit een valkuil. Een kind met veel veerkracht kan toch schadelijke gevolgen ondervinden. Nina Asotic werkt als medewerker bij team Sociaal Tolken en Vertalen van Atlas. Ze is zelf opgeleid als tolk, en geeft vormingen rond sociaal tolken. In 1994 vluchtte ze als 8-jarige met haar ouders uit Bosnië naar België. 

Nina Asotic is medewerker van team Sociaal Tolken en Vertalen in Atlas.

Nina Asotic: 'Je voelt je een superheld. Maar de keerzijde komt er snel. De impact op de relatie met mijn ouders is groot.'© Atlas

Nina Asotic: 'Ik had altijd interesse in talen. Toen we uit Bosnië vluchtten, woonden we eerst even in Slovenië, waar ik de taal moest leren. De leerkrachten zeiden: "Je bent uitzonderlijk snel, je zal wel een talenknobbel hebben." Daar begonnen de complimenten al, een gevoel van identiteit dat gebaseerd was op taal. Toen we hier kwamen, had ik al snel een voorsprong in het Nederlands op mijn ouders. Het voelde natuurlijk om te helpen en ik was trots. Ik had de rol gekregen van ‘belangrijke mevrouw’ in mijn gezin. Je voelt je een superheld.'

'Maar de keerzijde kwam er toch snel. Als 9-jarige ruzie moeten maken met Electrabel over hoge facturen is echt niet fijn. Ik snapte ook niet waarover het ging. Je voelt dat ze je als kind niet ernstig nemen. Je moet het opnemen voor je ouders maar je bent maar een kind: dat is een tweestrijd. Als je dat dag in, dag uit moet doen, kropt de frustratie zich op. Bij ons sloop die parentificatie er echt in. Op den duur neem je je ouders ook niet meer serieus. Dan denk je: "Ik kan toch wel Nederlands, waarom jullie niet?" Terwijl zij natuurlijk veel ouder waren én net uit een traumatiserende oorlog kwamen.'

De gevolgen gaan verder dan druk en angst om fouten te maken. Kinderen kunnen informatie te horen krijgen waarvoor ze te jong zijn. Bovendien worden ze soms niet meer als zoon of dochter gezien, maar als een neutrale tussenpersoon. Het kind verdwijnt en de tolk komt in de plaats.

Nina Asotic: 'Toen ik 12 was, moest mijn mama naar de spoeddienst, voor tandpijn. De verpleegster kwam naar me toe. Ze zei: “We gaan foto’s nemen van je mama’s gebit, maar we kunnen niet alle soorten foto’s maken vanwege haar zwangerschap.” Ik wist van niets. Het was nog pril, mijn ouders hadden het me nog niet verteld. Ze hadden het wel kunnen duidelijk maken aan de verpleegster, omdat ze wisten dat een X-ray gevaarlijk is. Maar dat ze het niet tegen mij moest zeggen, dat konden ze niet overbrengen. Dat heeft me echt pijn gedaan, om het op die manier te weten te komen.'

'Een ander voorbeeld was dat ik voor mijn papa moest tolken toen hij in beroep ging tegen zijn ontslag. We moesten voor een raad verschijnen en er was geen tolk aanwezig. Ik was toen 16 jaar. Niet alleen was dat een heel moeilijke opdracht, er werd ook gewezen op het feit dat hij nog altijd niet goed Nederlands sprak. Dat hij beschaamd moest zijn dat ik voor hem tolkte. En ja, als zijn tolk moest ik dat tegen hem zeggen. De beslissing was negatief. Maar dat had ook gevolgen voor mij: het was ook ‘mijn’ inkomen dat werd stopgezet. Ik was geen neutrale bijstander. De schaamte, het schuldgevoel… De woede die ik voelde. Ik kreeg er geen woord tussen, ik kon mijn reddersrol niet vervullen. Mijn papa verloor ook zijn gezicht naar mij toe op dat moment. Ik moest kalm zijn, razendsnel nadenken over hoe ik dat tegen hem kon zeggen zonder dat hij zou panikeren. Een bal van stress die ik moest onderdrukken, om er te zijn voor hem. Dat was vreselijk.'

Nina Asotic: 'Ik moest tolken als 16-jarige voor mijn papa toen hij in beroep ging tegen zijn ontslag. De beslissing was negatief, maar dat was ook 'mijn' inkomen dat werd stopgezet. Hij verloor gezicht naar mij toe. Ik moest kalm zijn, zodat hij niet zou panikeren. Maar ik was zelf een bal van stress."

Ook korte, ogenschijnlijk neutrale communicatie kan een kind belasten. Denk aan een mededeling aan de schoolpoort: 'Zeg tegen je mama dat ze straks naar de infoavond moet komen.' Voor een kind kan de grens vervagen tussen iets doorgeven en verantwoordelijk worden voor de familieagenda, zeker als verschillende volwassenen voortdurend zulke vragen stellen.

Layla Hammoudi: 'Een kind gaat op den duur denken: "Ik ben de manager van de familie. Dat is allemaal mijn verantwoordelijkheid. En ik moet ‘s avonds mama ook nog herinneren aan de afspraak".’

Nina Asotic: 'Het heeft mijn relatie met mijn ouders en gezin permanent veranderd. Ik ben het opperhoofd, de leider van het gezin geworden als het ware. En eigenlijk wil je dat echt niet altijd zijn. Ik heb veel begrip voor mijn ouders. Zij hadden het moeilijk. Maar institutioneel werd het genormaliseerd dat ik dan maar tolkte. Daardoor hadden mijn ouders het ook niet door dat het slechte gevolgen kon hebben. Ik zou ook wel gewoon de dochter willen zijn, en steunen op hen. Maar het is vaak omgekeerd, ook in situaties die niets met taal te maken hebben. Het heeft onze relatie verstoord.'

Nina Asotic is medewerker van team Sociaal Tolken en Vertalen in Atlas.

Nina Asotic: 'Ik heb veel begrip voor mijn ouders. Zij hadden het moeilijk. Maar institutioneel werd het genormaliseerd dat ik tolkte.' © Atlas

Nina Asotic: 'Het lijkt nu alsof ik er vooral positieve dingen aan heb overgehouden, op mijn werk. Het heeft me natuurlijk op mijn huidige carrièrepad als tolk gebracht en ik haal daar veel voldoening uit. Dus ik heb die deels negatieve ervaring kunnen omzetten naar een positieve. Maar niet iedereen heeft dezelfde ervaring. Ik heb veel vriendinnen en collega’s die het nu als de pest mijden om een tussenpersoon te zijn. Ik heb er een grote bewijsdrang aan overgehouden en ik heb daardoor al veel bereikt. Zou ik dat ook allemaal hebben gedaan als ik niet zo gepusht werd? Of zou ik dan misschien andere kwaliteiten ontplooid kunnen hebben? Mijn artistieke kant en de droom om schrijver of actrice te worden heb ik volledig laten gaan voor tolken, onderwijs, vormingen… Mijn verantwoordelijkheidsgevoel heeft de overhand genomen. En je wordt er ook een people pleaser van: "Ik zal het wel doen, ik zal wel helpen". Maar dat kan je niet meer afzetten, als volwassene.'

Layla Hammoudi: 'Als je het bij een Vlaams gezin niet aan de kinderen zou vragen, dan is het alleen maar rechtvaardig om dat ook niet te doen bij het kind met migratieroots. Wat ook belangrijk is om te nuanceren bij de positieve gevolgen, is dat die onderzoeken gaan over mensen die een tijd geleden hebben getolkt als kind, misschien 15 - 20 jaar geleden. Ze kijken terug op hun verleden. De complexiteit in de hulpverlening is sindsdien alleen maar toegenomen. De volwassen mensen van vandaag die moesten tolken als kind, moesten dat doen voor bijvoorbeeld gastarbeiders, zoals mijn papa. We zien vandaag meer vluchtelingen dan vroeger bijvoorbeeld. Dat speelt ook mee in het karakter en de veerkracht van een kind om met al die druk om te gaan. Ik zou het mijn kinderen nooit laten doen. Je leert op een te vroege leeftijd een kant van de samenleving kennen die je niet kan plaatsen, zoals bureaucratie of discriminatie. En ik herinner me alle keren nog dat ik die stress heb ervaren. Hoewel er nu al veel meer hulpverleners zijn getraind in cultureel-sensitief handelen, en ik in de hedendaagse praktijk veel goede voorbeelden zie, komt het toch nog voor.'

Wat zijn de gevolgen voor de ouders en de hulpverlener?

De keuze om een kind te laten tolken ontstaat vaak onder tijdsdruk en met de bedoeling iemand vooruit te helpen. Toch kan de oplossing zichzelf in stand houden. Wanneer professionals regelmatig op het kind rekenen, wordt die rol ook voor het gezin normaal en kan ze doorsijpelen naar andere delen van het gezinsleven.
Tegelijk verandert het gesprek zelf. Een ouder vertelt mogelijk minder, kiest andere woorden of vermijdt gevoelige onderwerpen. Een kind kan de woorden van volwassenen herhalen zonder alles te begrijpen. Daardoor weet de hulpverlener niet zeker of de boodschap volledig en correct overkomt.

Dr. An Steylemans en Malika Ben Sellam van ZAS Middelheim

Dr. An Steylemans en Intercultureel bemiddelaar Malika Ben Sellam van ZAS © Atlas

Dr. An Steylemans, gynaecoloog in ZAS Middelheim: 'Kinderen zijn niet altijd oud genoeg om te begrijpen wat we willen zeggen. In mijn vakgebied gaat het bovendien over intieme zaken. Ze zouden hun moeder moeten vragen wanneer ze voor het laatst gemenstrueerd heeft of seks heeft gehad. Soms gaat het over slecht nieuws, zoals een miskraam. Om dat als 12-jarige aan je mama te vertellen is heel hard. Je kunt als hulpverlener niet weten of er correct is getolkt. Kinderen ontbreekt het vaak aan context en woordenschat om de juiste inschatting te maken. Dan zeggen wij "schildklier" en vertalen zij dat naar "slokdarm".'

Malika Ben Sellam, voormalig verpleegster, al 26 jaar Intercultureel bemiddelaar ZAS: 'Je komt in een dubbele rol. Je wilt het kind beschermen, en ze geen slecht nieuws geven. Maar langs de andere kant moet je de patiënt kunnen vertellen wat er aan de hand is. En de zorg lijdt er onder. Ik werd eens opgeroepen voor een vrouw die een zorgtraject voor narcose moest doorlopen. Ik doorliep met haar de vragenlijst. "Waarvoor ben je opgenomen?" En ze zegt: “Voor een spiraal.” Maar daar moet je toch niet voor onder narcose? En dan keek ik verder op de lijst en ik zag dat ze gepland stond voor… een sterilisatie. Het kind had vertaald naar de gynaecoloog: “Mijn mama wil geen kinderen meer.” Maar ja, een spiraal of een sterilisatie is een heel groot verschil. De vrouw zei tegen mij dat ze een spiraal wilde, want misschien wou ze over 5 jaar nog kinderen. Haar 14-jarige dochter had getolkt bij de dokter. Het kan goed zijn dat zij het woord spiraal gewoon niet begreep. Of wou ze misschien niet dat haar mama nog kinderen kreeg?'

Malika Ben Sellam: 'Een patiënt kreeg bijna een sterilisatie in plaats van een spiraal. Haar dochter kende het woord spiraal misschien helemaal niet. Of wou ze eigenlijk niet dat haar mama nog kinderen kreeg?'

Dit voorbeeld toont beide risico’s tegelijk. Het kind begrijpt mogelijk niet alle woorden en gevolgen, maar kan ook eigen gevoelens of belangen in de vertaling meenemen. Een kind kan niet de langetermijngevolgen inschatten zoals een volwassene dat wel kan. De hulpverlener weet niet zeker of de ouder de juiste informatie krijgt.

Malika Ben Sellam, intercultureel bemiddelaar bij ZAS

Ook de interculturele bemiddelaars van ZAS zelf doen aan telefoontolken © Atlas

ZAS heeft een professionele regeling voor tolken en taalbijstand. Binnen het ziekenhuis zijn 14 interculturele bemiddelaars actief, die samen 9 talen spreken. Daarnaast zet ZAS ook externe tolken, videotolken en telefonische tolken in. Waar nodig wordt de taalondersteuning bij het inplannen van de afspraak vastgelegd. ZAS werkt intensief samen met Atlas voor het inzetten van sociaal tolken. 

Malika Ben Sellam: 'Bij ZAS doen we echt ons best om kinderen niet te laten tolken. Dat is deel van ons beleid. Bij nieuwe assistenten of dokters moeten we de werking met bemiddelaars en tolken echt uitleggen, want voor velen is dat nieuw.'

An Steylemans: 'Een kind van tien moet op school zitten, niet tolken in een ziekenhuis. Natuurlijk gebeurt het dat je onverwacht in een consultatie met een moeilijke taalsituatie terechtkomt en niemand ad hoc beschikbaar is. Dan kijken we eerst of we telefonisch een oplossing kunnen vinden. Als dat niet lukt, plannen we een nieuwe afspraak. Dat is niet leuk, want patiënten worden daar vaak ongerust door, zeker bij zwangerschappen. Het is frustrerend dat je niet vooruit kunt. Je wilt goede zorg geven, maar je slaagt er niet altijd in.'

An Steylemans: 'Natuurlijk gebeurt een gesprek met een taalbarrière soms onverwacht. Als er geen telefonische oplossing is, maken we een nieuwe afspraak. Dat is frustrerend, en de patiënten krijgen daar soms stress van. Je wilt goede zorg geven maar het lukt niet altijd.'

July de Wilde: 'De medische context wordt vaak genoemd omdat de impact daar acuut zichtbaar kan worden. Maar er zijn ook getuigenissen van een meer subtiele context, zoals school. Leerkrachten die denken; "Ah we hebben geen tolk kunnen vinden maar de grote zus zal wel tolken. We kunnen toch moeilijk voor elk gesprek een tolk inschakelen?". En dat heeft dan potentieel weer grote gevolgen, zeker in ons Vlaams onderwijssysteem met loopbaanoriëntatie. Dan zien we een groot schuldbewustzijn bij de ‘tolk’. Zich schuldig voelen omdat de zus moet blijven zitten, bijvoorbeeld. Het laat ook zien hoe weinig bewustzijn er is bij volwassenen, over hoe bepalend taal is. Een niet-professionele tolk en dan zeker een kind, kan het gesprek helemaal in een andere richting sturen, per ongeluk.'

Ook een schijnbaar gewoon oudercontact stelt een kind voor een dubbele opdracht: het moet niet alleen vertalen, maar ook de eigen resultaten en het eigen gedrag bespreken. Er is geen afstand tussen het gesprek op school en de reactie thuis. Alles gebeurt meteen. Hetzelfde geldt voor administratieve uitleg bij een verzekering of postkantoor. Wanneer een kind na enkele stappen niet meer kan volgen, durft het dat misschien niet te zeggen uit angst voor gezichtsverlies. Gezichtsverlies is voor een kind ingrijpender dan voor een volwassene, en tast de psychologische ontwikkeling aan.

July de Wilde: 'Het is zeker belangrijk te benadrukken dat zo’n belangrijke rol voor kinderen en jongeren ook versterkend kan werken en hun handelingsvermogen kan vergroten. Maar het voorzorgsprincipe moet je gewoon te allen tijde hanteren. Beter voorkomen dan verkeerd handelen.'

Dit alles geeft voldoende inzicht en redenen om te zien waarom het beter is om kinderen níet in te zetten als tolken.

Wat kan je als hulpverlener wel doen?

Een professionele sociaal tolk blijft de eerste keuze. Dat kan ter plaatse, via video of telefonisch. Op de website van Atlas lees je hoe je een sociaal tolk aanvraagt.

Maar wat met ad hoc gesprekken, noodsituaties, of andere momenten waar een tolk geen optie is of niet beschikbaar is?

Layla Hammoudi: 'De belangrijkste eerste stap is: bereid je voor. Als je regelmatig in situaties met een taalbarrière terechtkomt, moet je weten welke middelen je organisatie aanbiedt en wat je zelf kunt doen. Veel hulpverleners weten niet altijd wat hun organisatie eigenlijk aanbiedt. Zoek dat vooraf op, zodat je op het moment zelf weet wat je kunt inzetten.'

Denk ook vóór een geplande afspraak na over de informatie die de persoon zeker moet begrijpen. Bekijk welke ondersteuning beschikbaar is, oefen vooraf met apps die je wilt gebruiken en overweeg schriftelijke of visuele ondersteuning. Kennis van duidelijke taal is essentieel om bewuster te communiceren.

Duidelijke taal helpt om informatie toegankelijker te maken, ook wanneer er geen uitgesproken taalbarrière is. Zoals korte zinnen en herkenbare woorden gebruiken. Dialect en figuurlijk taalgebruik vermijden, en je beperken tot de informatie die iemand echt nodig heeft. Bij Atlas kan je vormingen rond Duidelijke Taal volgen. Duidelijke taal vervangt geen tolk bij complexe, gevoelige of cruciale communicatie.

De eerste stappen komen dus neer op: bereid je voor, onderzoek welke middelen je organisatie aanbiedt, zorg dat je kennis hebt van duidelijke taal en kijk eerst naar andere volwassenen in de buurt dan naar een kind.

Layla Hammoudi: 'Het inschakelen van meertalige collega’s is ook niet zo simpel. Ten eerste, een taal spreken betekent niet dat je kan tolken. Een collega kan zelf informatie invullen of overslaan. Bovendien kan de patiënt met wie jij een vertrouwensband wilt opbouwen zich meer op die collega gaan richten. Je wilt meertalige collega’s ook niet zomaar extra werk geven. Het is geen ideale oplossing, maar als we het welzijn van het kind vooropstellen, kan het een tussenoplossing zijn.'

Niet alleen collega’s maar volwassen familieleden van de klant worden ook soms ingeschakeld. Layla Hammoudi: ‘Liever een volwassen familielid dan een kind, maar wees je ervan bewust dat veel informatie verloren kan gaan. In tegenstelling tot een tolk hebben familieleden geen discretieplicht. In een noodgeval of ongepland contactmoment kan het, maar bij gevoelige informatie is grote voorzichtigheid nodig.'

Wat doe je in een urgente situatie waarin geen enkele andere vorm van taalondersteuning beschikbaar is? Dan is erkenning naar het kind en van de situatie cruciaal.

Een kind staat in een klaslokaal en kijkt afwachtend.

© Pexels, Anastasia Shuraeva

Layla Hammoudi: 'Voor de duidelijkheid: dat maakt je geen slechte hulpverlener. Het helpt om feedback te geven aan het kind. Geef aan dat het uitzonderlijk moet zijn, en dat er niemand anders beschikbaar was. Informeer ook de ouders dat het niet ideaal is. Vraag de toestemming aan de ouders en geef alle partijen erkenning en waardering. Maak de afspraak dat het volgende keer anders aangepakt wordt.'

Nina Asotic: 'Geef het kind ook wat handvaten. Stel het gerust, laat ze zin per zin tolken. Voorzie pen en papier, en pas je tempo aan. Leg aan de ouders uit dat dit niet de bedoeling is, zonder betuttelend of paternalistisch te zijn. Het helpt als daarover een organisatiebeleid bestaat. Dan kun je zeggen: "Volgens ons beleid doen we dit niet".'

July De Wilde: 'Je moet je als hulpverlener vooral bewust worden van de problematiek. Een gesprek kan onschuldig starten en toch snel een richting opgaan die niet verwacht wordt. En dan heb jij de verantwoordelijkheid om te zeggen: ‘Ik ga het gesprek hier stoppen en uitstellen, zodat er een tolk bij kan zijn.'

Digitale vertaaltools kunnen eenvoudige communicatie ondersteunen, maar bieden geen betrouwbare oplossing voor elk gesprek. Vooral gevoelige onderwerpen vragen veel nuance. Bovendien werken zulke tools minder goed voor talen waarvoor weinig digitaal taalmateriaal beschikbaar is, zoals Tigrinya, Pasjtoe, Dari en Somalisch. Deze talen komen nochtans regelmatig voor in de dienstverlenging aan anderstalige klanten.
July De Wilde: 'De situaties waarin kinderen worden ingezet, zijn vaak net de situaties waarin er een tekort is aan gecertificeerde tolken én vertaalapps tekortschieten.'

Layla Hammoudi: 'Kan het niet anders? Het maakt je geen slechte hulpverlener. Geef dan feedback, geef alle partijen erkenning. Informeer de ouders dat het niet ideaal is en doe het de volgende keer anders.'

Handelingskader

Wat kan jij doen als hulpverlener, arts, leerkracht...?

  • • Bereid je voor. Weet welke taalhulpmiddelen en afspraken jouw organisatie heeft. 

    • Gebruik duidelijke taal en visuele ondersteuning. Beschouw die niet als vervanging voor een tolk bij complexe of gevoelige gesprekken. 

    • Weet hoe je een sociaal tolk aanvraagt, ter plaatse, via video of telefonisch. 

    • Plan een nieuwe afspraak met een tolk wanneer correcte communicatie niet mogelijk is en de situatie uitstel toelaat. 

    • Kies in een urgente situatie eerder voor een andere volwassene dan voor een kind, maar houd rekening met fouten, rolvermenging en vertrouwelijkheid. 

    • Is een kind uitzonderlijk toch de enige mogelijkheid? Beperk het gesprek tot wat noodzakelijk is, vertraag je tempo, werk zin per zin en geef het kind en de ouder erkenning en uitleg. 

    • Vraag ook een tolk aan wanneer een taal niet beschikbaar lijkt. Alleen zo wordt de behoefte zichtbaar en kan het aanbod groeien.

Aanvragen zijn ook belangrijk wanneer voor een taal nog geen tolk beschikbaar is. Atlas en andere agentschappen gebruiken die gegevens om tekorten zichtbaar te maken en kandidaten gericht naar de basisopleiding sociaal tolken toe te leiden.

Layla Hammoudi: 'Wij kunnen die cijfers alleen delen als hulpverleners de tolken ook aanvragen, ook voor talen waarvan je al weet dat ze niet beschikbaar zijn. Als we weten welke talen nodig zijn, kunnen we beter werven en toeleiden naar de opleiding.'

Sommige kinderen ervaren schuldgevoel, faalangst of een verlies van hun positie als kind. Andere halen juist trots of zelfvertrouwen uit hun rol. De impact hangt af van veel factoren, maar een hulpverlener kan die vooraf nooit volledig inschatten.
Daarom geldt het voorzorgsprincipe: beter voorkomen dan achteraf vaststellen dat de belasting te groot was.

Een kind hoeft de taalbarrière tussen een ouder en een professional niet op te lossen. Die verantwoordelijkheid ligt bij de volwassene en bij de organisatie. Door vooraf over taalbijstand na te denken, bescherm je het kind. Je geeft de ouder ruimte om vrijuit te spreken en je zorgt als hulpverlener voor correcte en kwaliteitsvolle ondersteuning.

* Over het onderzoek: de aangehaalde studie vergeleek ongeveer 200 universiteitsstudenten uit de Latino-gemeenschap in de VS die nooit taalondersteuning boden met ongeveer 90 studenten die dat regelmatig en in verschillende contexten deden. Volgens Prof. De Wilde kan er sprake zijn van een onderschatting: jongeren bij wie de impact nog groter was zijn mogelijk minder vaak tot het hoger onderwijs geraakt.

Gepubliceerd op
09/10/2026
Sociale media

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Ik schrijf me in!
Copyright 2026 BBVT